Bijdrage Algemene Beschou­wingen 2022


6 juli 2022

3.1 ALGEMENE BESCHOUWINGEN

Over iets meer dan een half jaar zit hier een nieuw AB! Het nieuwe AB wordt benoemd voor de periode van 2023 t/m 2027. En daarmee is het nieuwe AB oa verantwoordelijk voor de realisatie van het WBP, het bereiken van de KRW doelen en het serieus remmen van de bodemdaling.

Maar we geven dat nieuwe AB geen goede start. In de VJN 2020 staat: De opgaven waar we als maatschappij voor gesteld staan, zijn niet meer sectoraal op te lossen. In de VJN 2021 staat: ‘De opgaven waar we als maatschappij voor gesteld staan, zijn niet meer sectoraal op te lossen.’ In VJN 2022 komen we een kleine variatie tegen: Maatschappelijke opgaven zijn niet meer sectoraal op te lossen.

Sectoraal beleid

Je zou zeggen dat we na al die constateringen nu niet langer sectoraal werken en dat we kiezen voor integrale werkwijzen en oplossingen. Maar doen wij dat wel? Hoe integraal werkt HDSR? Hoe integraal besluit ons AB?

In de RVS kijken we alleen naar bodemdaling en CO2 en we kijken niet naar oplossingen anders dan buizen in de grond en minimale veranderingen binnen bestaande functies, terwijl we weten dat er in het landelijk gebied veel meer grote opgaven zijn en er ook andere oplossingsrichtingen zijn. De RVS is een sectoraal plan en bij vaststelling al achterhaald.

In peilbesluiten wordt de biodiversiteit beschreven binnen de functie Natuur, maar niet voor andere gebieden. Alsof biodiversiteit zich beperkt tot natuurgebieden. Sectoraler kan niet.

In de tekst van de VJN gaat de aanpak van bodemdaling weer over transities binnen de functie landbouw, waar dat in eerdere vastgestelde plannen ook over transitie van de functies zelf ging.

De visie voor toekomst bestendig watersysteem ging over waterkwantiteit, niet over waterkwaliteit hoewel een deel van het AB plus de auteurs van het rapport daar nadrukkelijk om vroegen.

We constateren dat sectoraal werken echt niet meer kan. Maar het college kiest in de praktijk juist vaak voor sectoraal werken! Dat is niet stroomopwaarts aanpakken maar stroomopwaarts afdrijven.

Sectorale blik op omgeving

We kijken ook met een hele specifieke bril naar ons gebied. In de VJN lees je bijvoorbeeld op pagina 9: ‘Het laag houden van het waterpeil biedt mogelijkheden om functies toe te kennen aan veengrond, zoals landbouw.’ Alsof grond zonder laag peil geen functie heeft. Nou, zonder een laag peil en zonder koeien heeft de grond ook een functie hoor. B.v. Natuur. Voordat wij het peil verlaagden was het de leefruimte van de grutto en kemphaan.

Sectorale slogan

Ook onze slogan is sectoraal. ‘Veilige Dijken, Droge voeten, Schoon water.’ ‘Droge voeten’ is NIET waar je als integraal waterschap voor gaat. Sterker nog, het zou verstandig zijn om meer water vast te houden. Vorig jaar hebben we een oproep gedaan om met onze communicatiespecialisten te kijken of we de sectorale slogan kunnen vervangen door iets dat past bij stroomopwaarts. Bijvoorbeeld Voldoende water & Veerkrachtige ecologie’. Dijkgraaf Haan heeft vorig jaar gezegd dat hij wil kijken of daar iets mee gedaan kan worden voorafgaand aan het vaststellen van het WBP. Dat is niet gelukt. Samen met WN willen we nu een motie indienen waarmee we voorafgaand aan de volgende verkiezingen onze slogan stroomopwaarts kunnen maken.

Sectorale prioriteiten

We kijken ook sectoraal naar onze prioriteiten. Voor veiligheid hebben we heldere nationale normen en een programma waarmee we tijdig voldoen aan de veiligheidsnormen. En we schuwen flinke investeringen niet. Zo hoort dat. Dat is hoe we omgaan met waterkwantiteit en veiligheid.

Voor waterkwaliteit hebben we sinds 2000 te maken met Europese KRW normen. Geen inspanningsverplichting maar een resultaatsverplichting. Oorspronkelijk voor 2015, maar verlengd naar 2027. Wij constateren ieder jaar in onze Jaarrapportage dat we ‘niet op koers’ liggen op het gebied van waterkwaliteit. Ons DB heeft in 2021 een set maatregelen bij elkaar gezet en gezegd dat dat nu ons KRW doel is. En we zeggen alvast dat we de echte KRW resultaatsverplichting niet gaan halen. Het is bedroevend dat we een Europese resultaatsverplichting nodig hebben om in actie te komen. Dan nog hadden we 27 jaar om het voor elkaar te krijgen. Maar het lukt ons niet. Dat is hoe we omgaan met Waterkwaliteit.

Waterkwaliteit is onbelangrijk in ons waterschap. Een groot probleem voor waterkwaliteit is vermesting en bestrijdingsmiddelen vanuit de landbouw. In het Jaarverslag VTH 2021 lezen we dat in 2021 is gestart met projectmatige controle op het uitrijden van mest. Uit 331 controles blijkt dat in 35% van de gevallen sprake is van overtreding. Hoeveel mest is er dan in de afgelopen 20 jaar in het oppervlaktewater terecht gekomen zonder enige actie van HDSR?

Verder lezen we in het jaarverslag VTH: Er zijn fors minder agrarische bedrijven gecontroleerd op onnodige erfafspoeling. Gebiedsgerichte controle op bestrijdingsmiddelen bij agrarische bedrijven zijn niet uitgevoerd. Dus een derde van de agrarische bedrijven houdt zich niet aan de regels voor het uitrijden van mest en HDSR doet er niets aan. Als je 10 jaar lang, iedere keer constateert dat waterkwaliteit Niet op koers ligt, dan hoop je toch dat we onze prioriteiten iets beter op orde hebben?

De prioriteiten van ons waterschap liggen bij veiligheid en landbouw. De veehouderij staat zelfs op de voorkant van de VJN. Veiligheid en landbouw, daar zijn we erg goed in. Helaas gaat dat ten kosten van waterkwaliteit en natuur. En de opgaven op het gebied van waterkwaliteit en natuur schuiven we door naar toekomstige bestuurders en toekomstige bewoners.

We hebben nog 8 maanden om daar iets aan te doen. Echt integraal, stroomopwaarts beleid met oog voor waterkwaliteit en natuur, dat is de inzet van PvdD. En ik denk dat dat de inzet zou zijn van ieder van u individueel. We nodigen u uit om ook als AB lid de opgaven op het gebied van waterkwaliteit en natuur nu eens echt aan te pakken.

Motie met oproep om vooraf aan de verkiezingen een nieuwe slogan op te stellen, gericht op onze stroomopwaartse rol (‘dus geen droge voeten’) is aangenomen door het AB