Vragen over vissterfte door maai­on­derhoud


Indiendatum: aug. 2014

Geacht College van Dijkgraaf en Hoogheemraden van HDSR,

Toelichting:
Deze zomer kregen wij meerdere meldingen van vissterfte naar aanleiding van onderhoudswerkzaamheden, uitgevoerd door of namens HDSR in Lunetten te Utrecht.
In Lunetten zijn op 2 juli 2014 waterplanten verwijderd ten behoeve van het behouden van de waterafvoerfunctie van de watergang nabij de straten Hondsrug en Zevenwouden. Door de opwoeling van de bodem, en de hierop volgende zuurstofloosheid van het water (zeker in deze warme periode), zijn tientallen vissen gestikt.

Het maaionderhoud in Lunetten is uitgevoerd buiten de voorkeursperiode volgens de Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen. Volgens de gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen is het voor onderhoudswerkzaamheden buiten de voorkeursperiode verplicht om schadebeperkende maatregelen te treffen.

Vanuit het streven naar kosten effectiviteit wordt minder vaak preventief gemaaid in 2014. Dit is een pilotjaar. Er wordt een positief effect verwacht op de ecologie en waterkwaliteit doordat minder vaak wordt gemaaid. Waterplanten zorgen voor schoon en gezond water doordat ze stoffen opnemen uit het water en een schuil- en paaiplaats bieden voor waterdieren. Eind 2014 wordt het aangepaste maaionderhoud geëvalueerd.[1]

De waterschapsfractie van Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen.

  1. Bent u het met ons eens dat het HDSR verantwoordelijk is voor het zoveel mogelijk voorkomen van vissterfte bij onderhoudswerkzaamheden?
  2. Zijn er bij het maaionderhoud op 2 juli in Lunetten schadebeperkende maatregelen getroffen? Zo ja, welke maatregelen zijn getroffen? Zo nee, waarom niet?
  3. Bent u het met ons eens dat wanneer er minder vaak preventief gemaaid wordt, er juist minder vaak buiten de voorkeursperiode gemaaid hoeft te worden?
  4. Op welke wijze zal de commissie SKK op de hoogte gebracht worden van de resultaten van de evaluatie van het maaionderhoud?
  5. Bent u bereid om de ecologische consequenties van (maai)onderhoudswerkzaamheden, binnen en buiten de voorkeursperiode, mee te nemen in deze evaluatie van het maaionderhoud? Dit zou kunnen gaan over sterfte van dieren bij maaionderhoud, populatieontwikkeling bij aangepast maaionderhoud, aantal keren dat schadebeperkende maatregelen zijn ingezet, effect van schadebeperkende maatregelen.

Namens de Partij voor de Dieren en hoogachtend,

Anjo Travaille en Wanda Bodewitz

[1] zie http://www.hdsr.nl/info_op_maat/agrariers/nieuws-0/waterschap-bezuinigt/

Indiendatum: aug. 2014
Antwoorddatum: 7 okt. 2014

1. Bent u het met ons eens dat het HDSR verantwoordelijk is voor het zoveel mogelijk voorkomen van vissterfte bij onderhoudswerkzaamheden?

Antwoord
Ja, het College onderschrijft de stelling van de Partij voor de Dieren dat HDSR vissterfte bij onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk moet voorkomen in het kader van de zorgplicht en in onze rol als kwaliteitsbeheerder. HDSR heeft hiervoor werkprotocollen opgesteld. Het personeel van HDSR werkt, voor zover dit kan, volgens deze protocollen. Wanneer onderhoudswerkzaamheden van HDSR door derden wordt uitgevoerd, zijn deze protocollen als voorwaarde in de opdracht opgenomen en hierop wordt ook gecontroleerd.

2. Zijn er bij het maaionderhoud op 2 juli in Lunetten schadebeperkende maatregelen getroffen? Zo ja, welke maatregelen zijn getroffen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Ja, bij het maaionderhoud op 2 juli in Lunetten zijn schadebeperkende maatregelen getroffen :

  • Beperking omvang gebied: bij deze extra onderhoudsbeurt is één watergang, van ca 400 m lengte, geschoond. Deze watergang staat in open verbinding met andere watergangen waar vissen heen konden vluchten.
  • Doorspoelen van de watergang: voordat met het onderhoudswerk is aangevangen zijn schuiven opengezet om de watergang door te spoelen. Het doel hiervan was om meer zuurstofrijk water door de watergang te spoelen en losgekomen drijfvuil en plantenresten sneller te laten afvoeren. Bijkomend voordeel is dat hierdoor het waterpeil iets stijgt (ca 5 cm) waardoor er meer ruimte in de watergang komt voor planten en vissen tijdens het onderhoud.
  • Aanpassen van de maaimethode: aanvankelijk werd gestart met een veegboot, zoals gebruikelijk is in deze watergang. De watergang is hier ca 1,5 m diep en daardoor op zich zeer geschikt voor het schonen met een veegboot. Toen bleek dat de vissen het toch moeilijk kregen is gestopt met de veegboot en overgestapt op de maaikorf. Bij het werken met een maaikorf wordt over het algemeen minder bodem omgewoeld en wordt daardoor minder zuurstof onttrokken aan het water.
  • Vis teruggezet: Doordat de watergang zo enorm vol zat met waterplanten konden de vissen niet ontsnappen. Bij elke hap met maaisel die door de maaikorf op de kant werd gezet zaten vissen. De aannemer heeft de vis zoveel mogelijk teruggezet, conform protocol. De vis vlucht daarna echter de waterplanten weer in en wordt soms bij de volgende bak weer op de kant gezet.

Bij de onderhoudsbeurt in Lunetten zijn ca 30 vissen dood gegaan. Het betreft met name zeelt, voorn en brasem. De vissen zijn vooral doodgegaan doordat zij met de maaikorf uit het water zijn geschept. De watergang zat namelijk zo vol met waterplanten dat zij niet weg konden vluchten. Een aantal vissen is door de maaikorf verwond of gedood. Verstikking door zuurstofloosheid is in veel mindere mate de doodsoorzaak geweest.

3. Bent u het met ons eens dat wanneer er minder vaak preventief gemaaid wordt, er juist minder vaak buiten de voorkeursperiode gemaaid hoeft te worden?

Antwoord
Ja, het College is het eens met de stelling van de Partij voor de Dieren dat door minder preventief maaien, en dus meer toestandsafhankelijk maaien, het mogelijk lijkt om het maaien zoveel mogelijk uit te stellen zodat er vaker in de voorkeursperiode gemaaid kan worden.

Dit is ook Lunetten getracht te doen. In vorige jaren werd er altijd 2x gemaaid: in juni en september. De eerste maaironde viel daardoor buiten de 1e voorkeursperiode. De voorkeursperioden zijn vastgelegd in de Flora en Faunawet. De 1e voorkeursperiode valt tussen 15 juli en 1 november. De tweede maaironde viel wel in de voorkeursperiode. Dit jaar is de eerste maaironde zoveel mogelijk uitgesteld. Uiteindelijk werd begin juli de situatie waterhuishoudkundig gezien onhoudbaar door de zeer hoge begroeiingsgraad en is ingegrepen. Dit is gebeurd 2 weken voor aanvang van de 1e voorkeursperiode (15 juli).

Het verminderen van de maaifrequentie heeft, naar verwachting en in het algemeen, een overwegend positief effect op de ecologie. In dit specifieke geval heeft het uitstellen van de maaironde een negatief effect gehad: door de zeer hoge begroeiingsgraad kon de vis niet vluchten voor het maaionderhoud. Wellicht dat het in dit geval beter was geweest om juist wel preventief te maaien. Uit de evaluatie moet blijken hoe hier in de toekomst mee om te gaan.

4. Op welke wijze zal de commissie SKK op de hoogte gebracht worden van de resultaten van de evaluatie van het maaionderhoud?

Antwoord
In het vierde kwartaal van 2014 wordt de evaluatie maaibeleid 2014 opgesteld. Het College stuurt de evaluatie ter kennisgeving toe aan de commissie SKK.

5. Bent u bereid om de ecologische consequenties van (maai)onderhoudswerkzaamheden binnen en buiten de voorkeursperiode, mee te nemen in deze evaluatie van het maaionderhoud? Dit zou kunnen gaan over sterfte van dieren bij maaionderhoud, populatieontwikkeling bij aangepast maaionderhoud, aantal keren dat schadebeperkende maatregelen zijn ingezet, effect van schadebeperkende maatregelen.

Antwoord
Ja, de ecologische consequenties worden meegenomen in de evaluatie van het maaionderhoud 2014. De genoemde onderwerpen zullen aan bod komen, echter met een groot voorbehoud omdat nog niet duidelijk is wat voor conclusies getrokken kunnen worden op basis van één pilotjaar zonder beschikbare nulmeting en trend. Weersomstandigheden en natuurlijke fluctuaties zijn ook sterk van invloed op de genoemde onderwerpen.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer