Vragen over het plaatsen van vallen om muskus­ratten te vangen in de duikers van dammen.


Indiendatum: nov. 2009

Aan: Dagelijks bestuur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

Van: de fractie Water Natuurlijk HDSR en Partij voor de Dieren HDSR

Schriftelijke vragen volgens artikel 40, lid 2 van het Reglement van Orde van Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.

Betreft: Het plaatsen van vallen om muskusratten te vangen in de duikers van dammen.

Geacht College,

Graag willen wij u de volgende vragen voorleggen en u verzoeken deze schriftelijk te beantwoorden.

Uit opmerkingen van bestuurders van hengelsportverenigingen is gebleken dat het plaatsen van vallen voor het vangen van muskusratten in de duikers van dammen veel wordt toegepast. Aangezien de meeste duikers van een formaat zijn dat de val deze doorgang bijna geheel afsluit wordt daarmee ook de doorgang voor de vissen afgesloten.

Nu is het zo dat door de toename van peilgebieden, onder andere door het scheiden van bewoonde delen van de voor de landbouw bedoelde gronden, de bewegingsvrijheid van de vis al aanzienlijk wordt beperkt. Indien deze bewegingsvrijheid door het plaatsen van de vallen in de duikers nog meer wordt beperkt, is het bijna zeker dat de vis nooit haar paai- en overwinteringgebieden kan bereiken.

De periode dat vissen naar de paaigebieden trekken is van half februari, als de snoek aan haar paai begint, tot eind mei, wanneer de voorn is uitgepaaid. Van begin november tot half december gaan de vissen naar hun overwinteringsgebieden. In deze beide perioden zouden de mogelijkheden voor de vistrek zo groot mogelijk moeten zijn.

Daarom de volgende vragen:

1. Realiseert De Stichtse Rijnlanden zich dat een ongewenst neveneffect van het plaatsen van vallen voor muskusratten in duikers is dat daardoor watergangen voor vissen worden afgesloten en vissen dus niet kunnen migreren naar voor hun essentiële gebieden?

2. Is het college welwillend om dit probleem op te lossen?

3. Deelt De Stichtse Rijnlanden onze mening dat de omschreven praktijk contraproductief werkt op de inspanningen die worden gedaan vanuit de KRW-opgave om vismigratie mogelijk te maken en om een goede visstand te bereiken?

De Flora- en faunawet kent een zorgplicht voor in het wild levende dieren. De tekst van artikel 2, lid 1 en 2, Flora- en faunawet luidt als volgt:

  • Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
  • De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

4. Deelt het college onze mening dat aan bovenstaande verplichting vanuit de Flora en Fauna wet (“het in redelijkheid vermijden van activiteiten waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten”) in casu niet wordt voldaan als in de trekperiode vele duikers worden afgesloten voor de doortrek van de vissen?

5. Als U die mening niet deelt, waarom niet?

6. Is het college bereid om in ieder geval in de trekperioden van de vis de vallen te verwijderen uit de duikers van de dammen?

Hoogachtend,

Namens de Water Natuurlijk fractie HDSR
P. Blokdijk.

Namens de Fractie Partij voor de Dieren
W. van der Steeg

Indiendatum: nov. 2009
Antwoorddatum: 12 jan. 2010

1) Realiseert De Stichtse Rijnlanden zich dat een ongewenst neveneffect van het plaatsen van vallen voor muskusratten in duikers is dat daardoor watergangen voor vissen worden afgesloten en vissen dus niet kunnen migreren naar voor hun essentiële gebieden?

Antwoord
Het afsluiten van doorgangen door fuiken (vallen) kan effecten hebben op de trekmogelijkheden van vissen gedurende de periode van afsluiting. Hoe groot dat effect is, valt echter niet af te lezen uit de bijvangst aan dode vis, want die is zeer gering. Ook worden er weinig levende vissen gevangen. Er is nog weinig inzicht in het trekgedrag van poldervissen en van welke routes deze gebruik maken in kleinere waterlichamen. Onderzoek hiernaar kan deze problematiek duidelijker maken. Paling is niet gevangen. Het is dus niet bekend of deze vis hinder ondervindt van de belemmeringen.

2) Is het college welwillend om dit probleem op te lossen?

Antwoord
In het kader van de uitvoering van het Waterbeheerplan (KRW-maatregelen) plaatst het waterschap 2015 ca. 30 vispassages om vismigratie-knelpunten op te lossen. Hierbij gaat om de evidente knelpunten in de grotere waterlichamen, zoals bijvoorbeeld de Kromme Rijn. Uiteraard zijn er meer plaatsen in ons watersysteem die voor het plaatsen van een vispassage in aanmerking komen. Voordat we daarover besluiten vinden wij het echter verstandig om eerst de effecten van reeds geplaatste passages op de migratie van vis bekijken en ook de vismigratie zelf in die kleinere waterlichamen door middel van onderzoek nader in beeld brengen. Daarbij wordt ook het aspect betrokken van het plaatsen van bedoelde fuiken en de eventuele gevolgen daarvan voor de vismigratie. We willen dit onderzoek in de jaren 2012-2015 gaan uitvoeren.

3) Deelt De Stichtse Rijnlanden onze mening dat de omschreven praktijk contraproductief werkt op de inspanningen die worden gedaan vanuit de KRW-opgave om vismigratie mogelijk te maken en om een goede visstand te bereiken?

Antwoord
Of het plaatsen van migratiebelemmeringen contraproductief werkt aan het bereiken van een goede visstand moet uit onderzoek duidelijk worden. Op voorhand kunnen wij uw opvatting zonder nadere onderbouwing niet zondermeer delen. Tot nu toe zijn er in elk geval geen aanwijzingen dat de visstand in het beheergebied van ons waterschap hierdoor verslechtert.

4) Deelt het college onze mening dat aan bovenstaande verplichting vanuit de Flora en Fauna wet (“het in redelijkheid vermijden van activiteiten waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten”) in casu niet wordt voldaan als in de trekperiode vele duikers worden afgesloten voor de doortrek van de vissen?

Antwoord
Inzicht in de trekroutes van vis zal duidelijk moeten maken in hoeverre de populatie wordt beïnvloed en voor welke soorten dat geldt. Dan kunnen ook gepaste maatregelen worden genomen. Wanneer bijvoorbeeld alleen de aal in zijn trek belemmert wordt kan wellicht volstaan worden door het maken van aalgaten in de belemmering waardoor deze vis ongehinderd kan passeren. Dus ook ten aanzien van dit punt kunnen wij op voorhand uw opvatting niet zondermeer delen.

5) Als U die mening niet deelt, waarom niet?

Antwoord
Zie antwoord bij vorige vraag.

6) Is het college bereid om in ieder geval in de trekperioden van de vis de vallen te verwijderen uit de duikers van de dammen?

Antwoord
Zoals in bovenstaande antwoorden is aangegeven zal onderzoek duidelijk moeten maken wat de problemen precies zijn. Wanneer deze in kaart zijn gebracht kunnen gepaste maatregelen worden genomen. Hierbij zal een belangenafweging moeten worden gemaakt tussen de schade die door muskusratten wordt aangericht en de eventuele nadelige gevolgen voor de vispopulatie. In de oplossingensfeer moet zoveel mogelijk worden gezocht naar een evenwichtige balans tussen deze afwegingen, zodat we ook goed kunnen beoordelen of het in dit verband al dan niet om activiteiten gaat die in redelijkheid zijn te vermijden.

Interessant voor jou

Vragen over KRW-Innovatiesubsidie om onderzoek te doen naar de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft

Lees verder

Vraag over beleid ten aanzien van Fauna Uittrede Plaatsen

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer