Vragen over KRW-Inno­va­tie­sub­sidie om onderzoek te doen naar de geknob­belde Ameri­kaanse rivier­kreeft


Indiendatum: mrt. 2009

Geachte college van dijkgraaf en hoogheemraden,

Toelichting
In de nieuwsbrief Lopend Vuur nr. 5, 16 februari, staat dat De Stichtse Rijnlanden voor drie projecten KRW-Innovatiesubsidie heeft binnengehaald. Eén van de projecten betreft de Amerikaanse rivierkreeft in het veenweidegebied. De nieuwsbrief vermeldt dat het bij dit project gaat om het ontwikkelen van methoden om de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft te bestrijden.

Naar aanleiding van het voorgaande, willen wij de volgende vragen stellen;

In de berichtgeving omtrent de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft wordt al gesproken over bestrijding. Afgezien van het feit dat eventuele bestandregulering een kostbaar fenomeen zal zijn, is er nog weinig specifieke kennis voorhanden over deze diersoort. Ook de in 2006 uitgevoerde ‘quick scan’ in de Kamerikse Wetering heeft niet geleid tot de zekere conclusie dat de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft de veroorzaker is van de ecologische problemen ter plekke.

1. Bent u het met ons eens dat eerst onomwonden vastgesteld dient te worden met welke ecologische implicaties de aanwezigheid van de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft überhaupt gepaard gaat en dat de door het ministerie van Verkeer en Waterstaat verleende subsidie in eerste instantie gebruikt dient te worden om de algemene kennis over deze diersoort te vergroten? Zo neen, waarom niet?

2. Bent u het met ons eens dat kennisvermeerdering integraal moet zijn en zich niet alleen dient toe te spitsen op kennisvermeerdering hoe te bestrijden? Zo neen, waarom niet?

3. Wat zal de exacte doelstelling zijn van het onderzoek cq. de besteding van het KRW-Innovatiesubsidie?

De geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft heeft natuurlijke vijanden zoals de paling, de baard, de snoek en de snoekbaars. De aanwezigheid van voldoende grote predatoren zou een duurzame en natuurlijke bijdrage kunnen leveren. Nederland kent echter tal van waterbouwkundige kunstwerken die het voor vissen onmogelijk maken om te migreren van het ene naar het andere leefgebied.

4. Gaat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden ook onderzoeken in hoeverre de aanwezigheid van kunstwerken van invloed is op het eventuele ontbreken van voldoende natuurlijke predatoren in het veeweidegebied? M.a.w., worden mogelijkheden tot vismigratie en de eventuele aanwezigheid van natuurlijke vijanden (voldoende grote vis) integraal onderdeel van het onderzoek naar de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft? Zo neen, waarom niet?

De geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft is tevens aaseter. Daarmee zou er een verband kunnen zijn tussen de aanwezigheid van deze diersoort in de buurt van gemalen waar vissen verhakseld worden en de visonveiligheid van deze gemalen. Het westelijk veenweidegebied kent veel visonveilige/visonvriendelijke knelpunten cq. gemalen. De Stichtse Rijnlanden heeft in 2008 een projectvoorstel ingediend in het kader van het ‘Programma uitvoering KRW-maatregelen Provincie Utrecht’. Het voorstel benoemt 27 knelpunten in het westelijk veenweidegebied, waaronder 12 gemalen. Het projectvoorstel ‘Vispassages westelijk veenweidegebied’ is weliswaar opgenomen in het programma op basis van 50% subsidiëring, maar is vooralsnog door de provincie op het ‘reservebankje’ geplaatst.

5. Wordt er ook onderzoek gedaan naar een mogelijk verband tussen de aanwezigheid van rivierkreeft in het veenweidegebied en de aantrekkelijkheid van het gebied voor de rivierkreeft, doordat er visonveilige gemalen zijn (en er dus aas aanwezig is)?

6. Wanneer uit onderzoek zou blijken dat er een relatie is tussen visonveiligheid van gemalen en de aanwezigheid van rivierkreeft en/of wanneer blijkt dat de knelpunten in het gebied verhinderen dat er voldoende predatoren in het gebied aanwezig zijn, bent u dan bereid om deze informatie aan te wenden om alsnog het genoemde projectvoorstel gehonoreerd te krijgen bij de provincie Utrecht?

7. Bent u het met ons eens dat de introductie van exoten in het Nederlandse ecosysteem, een neveneffect is van de ongebreidelde handel in exotische planten en diersoorten en het vaak onzorgvuldige gedrag van handelaren en kopers?
Zou u dienaangaande namens De Stichtse Rijnlanden richting het ministerie van LNV willen aangeven, al dan niet in samenwerking met de Unie van Waterschappen, dat betere voorlichting hierover en regulering van deze handel gewenst is? Zo neen, waarom niet?

Ter afdoening van deze vragen geniet schriftelijke beantwoording onze voorkeur.

Namens de fractie van de Partij voor de Dieren, Waterschap@inwonersbelangen en de ChristenUnie en hoogachtend,

Willem van der Steeg

Hink Ketting

Piet Terpstra

Jaap Verweij

Indiendatum: mrt. 2009
Antwoorddatum: 24 mrt. 2009

1) Bent u het met ons eens dat eerst onomwonden vastgesteld dient te worden met welke ecologische implicaties de aanwezigheid van de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft überhaupt gepaard gaat en dat de door het ministerie van Verkeer en Waterstaat verleende subsidie in eerste instantie gebruikt dient te worden om de algemene kennis over deze diersoort te vergroten? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
De ecologische implicaties van de aanwezigheid van exotische rivierkreeften zijn een integraal onderdeel van het onderzoek en de basis van het literatuuronderzoek fase 1.
Toelichting:
Zie hiervoor, de doelstelling van het onderzoek en de uitwerking ervan in fase 1 zoals beschreven in de projectbeschrijving ‘Amerikaanse rivierkreeft in het veenweidegebied. Onderzoek naar verspreiding, abundantie en beheer in relatie tot het bereiken van KRW-doelen’.
Als doelstelling van het genoemde onderzoek is vermeld:
‘Het doel van het project is kennis te verzamelen over de gevolgen van de introductie van uitheemse rivierkreeften en mogelijke maatregelen om de gevolgen op te heffen of in te dammen.’
In fase 1 van het project wordt dit als volgt uitgewerkt:
‘Fase 1 moet antwoord geven op de vraag wat er bekend is in de literatuur over de invloed van rivierkreeften op het aquatisch systeem in het algemeen en van uitheemse rivierkreeften in Europa in het bijzonder. Aanvullend kan gekeken worden naar literatuur over uitzettingen van kreeften in Noord Amerika en de gevolgen daarvan.
Aan de hand van het literatuuronderzoek worden mogelijke maatregelen geselecteerd die kansrijk worden geacht om toe te passen in het veenweidegebied.’

2) Bent u het met ons eens dat kennisvermeerdering integraal moet zijn en zich niet alleen dient toe te spitsen op kennisvermeerdering hoe te bestrijden? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Uit de beantwoording van vraag 1 blijkt al dat integrale kennisvermeerdering onderdeel is van het onderzoek.

3) Wat zal de exacte doelstelling zijn van het onderzoek cq. De besteding van het KRW-Innovatiesubsidie?

Antwoord
De doelstelling van het genoemde onderzoek is als volgt omschreven:
‘Het doel van dit project is kennis te verzamelen over de gevolgen van de introductie van uitheemse rivierkreeften en mogelijke maatregelen om de gevolgen op te heffen of in te dammen.’

4) Gaat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden ook onderzoeken in hoeverre de aanwezigheid van kunstwerken van invloed is op het eventuele ontbreken van voldoende natuurlijke predatoren in het veeweidegebied? M.a.w., worden mogelijkheden tot vismigratie en de eventuele aanwezigheid van natuurlijke vijanden (voldoende grote vis) integraal onderdeel van het onderzoek naar de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Nee, er zijn geen natuurlijke vijanden aanwezig in Nederland. Wel kijken we naar inheemse soorten die de rol van predator kunnen vervullen. De invloed van de aanwezigheid van kunstwerken op predatoren is géén onderdeel van de studie.
Toelichting;
1.Het waterschap heeft separaat een onderzoek gedaan naar knelpunten ten aanzien van de vismigratie. Dit onderzoek is in de eindfase en zal binnenkort worden afgerond. Het onderzoek geeft inzicht in knelpunten t.a.v. de migratie van vissen en mogelijke oplossingen.
De laatste jaren wordt de visstand in onze wateren intensief bemonsterd. Daardoor hebben wij een goed beeld van de visstand in ons gebied.
2.De aanwezigheid van natuurlijke vijanden is geen integraal onderdeel van het onderzoek. Natuurlijke vijand is overigens niet het juiste woord in verband. Een natuurlijke vijand van de Amerikaanse rivierkreeft is bijvoorbeeld de wasbeer, ook een exoot. Wel kijken we of inheemse dieren met name vissen de kreeften eten. Ook van vogels (reiger bijvoorbeeld) is bekend dat ze kreeften eten. Één van de mogelijke oplossingsrichtingen die in de projectbeschrijving als aandachtspunt wordt genoemd is het uitzetten van inheemse vissoorten (o.a. snoek en baars) waarvan bekend is dat ze op de kreeften kunnen prederen. Het uitzetten van dergelijke vissoorten dient echter altijd met de nodige zorgvuldigheid te worden voorbereid om ook hier eventuele ongewenste neveneffecten te voorkomen en hieraan kleeft uiteraard wel een kostenplaatje.

5) Wordt er ook onderzoek gedaan naar een mogelijk verband tussen de aanwezigheid van rivierkreeft in het veenweidegebied en de aantrekkelijkheid van het gebied voor de rivierkreeft, doordat er visonveilige gemalen zijn (en er dus aas aanwezig is)?

Antwoord
Nee.
Toelichting: Het deel van de Kamerikse wetering, waar de problemen zijn geconstateerd, ligt niet bij een gemaal in de buurt. Kreeften worden in het hele gebied aangetroffen, in de Kromme Rijn, in grote weteringen en kleine sloten. De leefomgeving van kreeften is dus niet beperkt tot de omgeving van visonvriendelijke gemalen en er worden daar evenmin hogere concentraties aangetroffen. Het waterschap werkt overigens mee aan een landelijk onderzoek door STOWA naar de vis(on)vriendelijkheid van gemalen.

6) Wanneer uit onderzoek zou blijken dat er een relatie is tussen visonveiligheid van gemalen en de aanwezigheid van rivierkreeft en/of wanneer blijkt dat de knelpunten in het gebied verhinderen dat er voldoende predatoren in het gebied aanwezig zijn, bent u dan bereid om deze informatie aan te wenden om alsnog het genoemde projectvoorstel gehonoreerd te krijgen bij de provincie Utrecht?

Antwoord
Nee, zie antwoord 5.
Toelichting: Er zijn uiteraard zwaarder wegende argumenten om vispassages te realiseren dan de aanwezigheid van kreeften. Wanneer een kunstwerk passeerbaar wordt voor vissen is het dat ook voor kreeften. Alleen van uit dat opzicht bekeken zou dit dus zelfs een argument kunnen zijn om de barrières niet op te heffen, om zo de verdere verspreiding van deze exoten niet ook nog te faciliteren (sommige kreeftsoorten verplaatsen zich trouwens ook af en toe over land). Ondermeer daarom zijn wij van mening dat we ons op die andere argumenten moeten blijven richten.

7) Bent u het met ons eens dat de introductie van exoten in het Nederlandse ecosysteem, een neveneffect is van de ongebreidelde handel in exotische planten en diersoorten en het vaak onzorgvuldige gedrag van handelaren en kopers?
Zou u dienaangaande namens De Stichtse Rijnlanden richting het ministerie van LNV willen aangeven, al dan niet in samenwerking met de Unie van Waterschappen, dat betere voorlichting hierover en regulering van deze handel gewenst is? Zo neen, waarom niet?

Antwoord
Ja, ten dele.
Toelichting: Als lid van de landelijke werkgroep exoten (WEW-Necov) zijn wij als waterschap regelmatig in gesprek met het ministerie van LNV over hoe de problemen omtrent de verspreiding van exoten aangepakt kunnen worden. Ook via de Unie van Waterschappen wordt deze problematiek bij de rijksoverheid onder de aandacht gebracht. Dit heeft enkele jaren geleden ondermeer geresulteerd in een verbod op de verkoop van de grote waternavel, een exotische waterplant, die hele watergangen dicht woekert. Met andere woorden: de door u voorgestelde stap is al praktijk.
Hierbij dient echter wel te worden aangetekend dat het niet alleen de handel is die zorgt voor de introductie van exoten. Deze kunnen bijvoorbeeld ook met het ballastwater van schepen ongewild en onbedoeld meekomen. De klimaatverandering kan eveneens nieuwe (en soms ongewenste) soorten in onze omgeving brengen die hier voorheen niet voor kwamen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer