Bijdrage Voorstel wijziging strategie en doel­stelling muskus­rat­ten­beheer


31 januari 2019

Voorgesteld besluit van de Commissie Muskus- en Beverratten van de Unie van Waterschappen (CMB+):
Het doel van de muskusrattenbestrijding te wijzigen van onder controle (vangsten muskusratten minder dan 0,15 per km watergang) naar ‘terugdringen tot de landsgrens’ (geen muskusratvangsten in het binnenland = ’0-populatie’) en die situatie consolideren als die is bereikt (tegenhouden aan de landsgrens en herkolonisatie in het binnenland voorkomen). Het streven is om dit doel binnen 10-15 jaar te bereiken.


Partij voor de Dieren:
Onze fractie kan zich niet vinden in de aangepaste doelstelling en strategie zoals die wordt voorgelegd aan de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen. Wij hebben voor dit standpunt verschillende argumenten.

De voorgestelde aanpassing betekent feitelijk een formalisering van de staande praktijk in grote delen van ons land. Het waterschap in Friesland is er de facto al enige jaren geleden toe overgegaan en de keuze voor extra intensieve bestrijding in west en midden Nederland is geformuleerd in de beleidsvisie waarmee ons eigen AB, ondanks de tegenstemmen van onze fractie, vorig jaar heeft ingestemd. Het besluit van de Commissie Muskus- en Beverratten (CMB+) is duidelijk ingegeven door de wens om bestrijdingskosten te kunnen beperken en niet door de, wat ons betreft belangrijker, wens om gezamenlijk een optimaal evenwicht te vinden tussen veiligheid en dierenwelzijn. Er worden bijvoorbeeld geen suggesties voor aanvullend onderzoek gedaan of extra investeringen voorgesteld om de manier van bestrijden van muskusratten op korte termijn minder wreed te maken, voordat er besloten wordt over het al dan niet overgaan op een nieuwe bestrijdingsstrategie.

Bij de keuze voor een terugdringing tot aan de landsgrens, wij noemen dat gewoon uitroeiing, komen er volgens de onderzoekers ruim voldoende bestaande middelen vrij zonder dat er in het CMB+ besloten wordt om extra geld voor dierenwelzijn ter beschikking te stellen.

Het uitroeien van muskusratten gebeurt door het gebruik van zeer dieronvriendelijke vallen die leiden tot de verdrinkingsdood van deze zoogdieren. Het kan wel 8 minuten duren voordat een dier in de val zijn bewustzijn verliest en verdrinkt. Het doden van gezonde dieren zonder dat er sprake is van acuut gevaar vindt de fractie van de Partij voor de Dieren onethisch.

Er zijn alternatieven voor uitroeiing voorhanden in de vorm van preventieve maatregelen: het is mogelijk om dijken en kades onaantrekkelijk te maken voor muskusratten en om ze door middel van detectiemethoden tijdig te repareren. Net als bij de wijze van bestrijden geldt ook hier dat het onderzoek geen aanbevelingen doet voor aanvullend onderzoek of extra investeringen om aan preventie te werken, voordat er besloten wordt over de bestrijdingsstrategie.

Daarnaast hebben wij nog een aantal punten en vragen naar aanleiding van het rapport en de documenten die wat ons betreft eerst verduidelijkt moeten worden voordat er nieuwe stappen worden gezet. Wij hebben onze twijfels bij de haalbaarheid van een volledige uitroeiing gezien de continue instroom van muskusratten vanuit de buurlanden. Dat risico wordt in het eindrapport overigens ook onderkent.

Ik lees, verspreid in de diverse documenten, over het gebruik van geweren en speurhonden om de slimste muskusratten in kwetsbare natuurgebieden te kunnen doden. Dit is geen prettig vooruitzicht, al is de inzet ervan incidenteel. Het risico bestaat dat deze aanpak leidt tot maatschappelijke verontwaardiging en weerstand. Dit kan zelfs leiden tot (wat ons betreft zeer ongewenste) negatieve gevolgen voor de werkomstandigheden en veiligheid van de muskusrattenbestrijders. De vraag is ook of grondeigenaren hier wel toestemming voor willen geven, gegeven de negatieve effecten op flora en fauna.

In het eindrapport is sprake van zich stabiliserende en zelfs dalende aantallen muskusratten in enkele Noord- en Oost-Europese landen, zonder dat er sprake lijkt van menselijk ingrijpen. Er wordt geen oorzaak voor aangegeven. Het is vreemd dat dit fenomeen door de onderzoekers niet verder is uitgezocht en dat er geen aanbeveling voor een plan van aanpak in het rapport staat om dit op korte termijn alsnog te gaan doen. Het zou immers helpen in de afweging bij de keuze voor, en de noodzaak van, het al dan niet uitroeien van de muskusrat. Nu moeten we het doen met de constatering dat dergelijke evenwichtsniveaus zich in ons land nog niet hebben voorgedaan. Dat is wat onze fractie betreft onbevredigend.

Een belangrijke praktische vraag is in hoeverre de waterschappen überhaupt wel een keuze hebben, met name gezien de exotenverordening van de Europese Unie. Wat zijn de minimumeisen waaraan de waterschappen moeten voldoen en welke bewegingsruimte hebben waterschappen bij het muskusrattenbeleid? Dat blijkt niet duidelijk uit het eindrapport.

Tot slot. Welke van de drie bestrijdingsalternatieven er ook wordt gekozen, een snelle tussenevaluatie, met daarbij vooral aandacht voor dierenwelzijn, is wat ons betreft wenselijk om tijdig te kunnen bijsturen. Wat ons betreft zouden de eerste resultaten hiervan al begin volgend jaar moeten worden gepresenteerd.