Bijdrage Algemene Beschou­wingen


20 november 2019

Duurzaamheid, natuur en biodiversiteit Doen

Voorzitter, meestal hebben we de algemene beschouwingen in het voorjaar als de natuur de krokussen al gebloeid hebben en de kikkers hun kikkerdril afzetten, nu doen we dat in de herfst terwijl de bomen hun bladgroenkorrels terugtrekken en de bladeren vergeeld op de grondvallen en de kieviten zich verzamelen voor hun trektocht naar het zuiden.

Natuur is overal. In de parken en singels van de stad, in het weiland, in de boerensloot, in de Kromme Rijn en in de uiterwaarden van de Lek. En wie heeft niet af en toe genoten van onze natuur? Ik denk zelfs dat de meesten van ons wel eens met een determinatiekaartje of boekje naar weidevogels heeft gespeurd.

Wij bieden u graag 3 determinatiekaarten aan, ze liggen op uw tafel. Toen we binnen het AB voor het eerst over insecten spraken, toen werd daarbij de restrictie gemaakt dat het alleen om waterinsecten ging. Maar water en bodemdiertjes leven natuurlijk door elkaar en zijn van elkaar afhankelijk. En weidevogels zijn afhankelijk van insecten en kleine diertjes. Als er onvoldoende slakjes met huisjes zijn, dan krijgen vogels te weinig kalk binnen, krijgen ze nakomelingen met te dunne eierschil of breekbare botten en die overleven het niet.

ERNST
We weten allemaal dat de achteruitgang van de biodiversiteit in ons gebied ernstig is. De weidevogelpopulatie is in Provincie Utrecht sinds 1990 met 60% afgenomen. Sommige soorten zoals kemphaan, grutto en wulp, hele algemene vogels in uw en mijn jeugd, komen nauwelijks meer voor in ons gebied. De insectenpopulatie in water en bodem is de afgelopen 20 jaar met 65% afgenomen. Zo snel als de leeuw en neushoorn uitsterven in Afrika, zo snel sterven de insecten en weidevogels bij ons uit.
(Bron: Vogelbescherming, Universiteit Krefeld, PBL, Radboud)

HDSR HEEFT MEESTE INVLOED
U kunt zeggen dat de provincie daar iets aan moet doen. Maar niet de provincie maar HDSR is de overheid met de meeste invloed op de natuur in ons beheergebied. Wij besluiten over het peil en daarmee over de beschikbaarheid van wormen voor weidevogels. Wij zuiveren het afvalwater en bepalen daarmee hoeveel nutriënten en verontreinigingen er in het oppervlaktewater komen. Als wij groene of blauwe ruimte vragen voor klimaatmaatregelen in stedelijk gebied, dan zorgen wij daarmee voor natuur in de stad. Wij bepalen met ons beheer en onderhoud hoeveel natuur er is in de sloten, rivieren en de prachtige Kromme Rijn. Met natuurvriendelijke oevers, en vispasseerbaarheid van kunstwerken bepalen wij de leefomgeving van flora en fauna, met voorwaarden in visrechten kunnen wij de loodverontreiniging in onze waterbodem beperken, met ons vergunningenbeleid bepalen wij de risico’s van motorboten en mestvergisters. En zelfs met ons belastingsysteem bepalen wij, meer dan welke andere overheid dan ook, hoe belastingplichtigen omgaan met de leefomgeving. HDSR bepaalt in belangrijke mate of insecten,zoogdieren en vogels in ons beheergebied toekomst hebben of uitsterven. Sterker nog, wij als Algemeen Bestuur bepalen in belangrijke mate of insecten, zoogdieren en vogels in ons beheergebied toekomst hebben of uitsterven.

DUURZAAMHEID NU
Als we kijken naar de titels die binnen HDSR worden gebruikt dan zien we wat wij belangrijk vinden. De titels van coalitieakkoorden en begrotingen zijn:

‘Toekomst bestendigen duurzaam’, ‘Verstandig naar de toekomst’, ‘Verder bouwen aan toekomstbestendig waterbeheer’ en ‘Duurzaam in ontwikkeling’. Twee begrippen komen steeds terug namelijk DUURZAAM en TOEKOMST. Duurzaam vinden we heel belangrijk, maar we verbinden dat begrip misschien nog wat teveel aan de TOEKOMST.

Maar Duurzaam hadden we al moeten doen en kunnen we in ieder geval nu doen. Deze bestuursperiode, dit jaar, en vandaag in deze vergadering.Bij deze wil ik overigens een suggestie doen voor de titel voor de voorjaarsnota, namelijk: Duurzaam nu!

DUURZAAMHEID KUNNEN WE MAKKELIJK DOEN
De achteruitgang van biodiversiteit geeft legitimiteit geeft om te handelen. Maar als waterschap zijn wij een zeer voorzichtige organisatie. Waterschappen nemen weinig risico. In sommige gevallen zelfs maar 1 op 1000. En soms is dat heel verstandig. Maar als het gaat om duurzaamheid en biodiversiteit dan is het grootste risico dat we nu veel te weinig doen. Duurzaamheid en biodiversiteit kunnen we nog niet precies zo oppakken als Waterveiligheid waar we al 900 jaarervaring mee hebben. Maar dat hoeft ook niet. We gaan gewoon samen aan de slag en we gaan bij ieder onderwerp na wat we kunnen doen om het duurzamer en toekomstbestendig te maken. Als wij ons beheergebied echt duurzaam inrichten, als wij met beheer en onderhoud, peilbeheer,vergunningverlening de juiste veranderingen in gang zetten dan komen al die mooie vlinders, libellen en grutto’s echt weer terug. Dan hebben we een duurzaam watersysteem, goed voor de natuur, goed voor onze kinderen en vooral goed voor onszelf.