Bijdrage Begroting 2016

Voorzitter, een kernramp is goed voor de natuur ... Voordat mensen nu de behoefte voelen om te twitteren dat de Partij voor de Dieren pro kernenergie is, doe maar niet! Want om alvast eventuele onduidelijkheid weg te nemen, de Partij voor de Dieren is sterk gekant tegen kernenergie en staat voor een duurzame energietransitie.

Voorzitter, 7 oktober jongstleden kwam ik een interessant artikel tegen in het Algemeen Dagblad, met de kop: 'Bij de beesten af in Tsjernobyl'. Iets meer dan 25 jaar geleden ontplofte reactor 4 in Tsjernobyl. Een gebied van 4200 vierkante kilometer is nog steeds verboden gebied. In 10 dagen Tsjernobyl is er nog evenveel straling als normaal in een heel mensenleven. Dieren lijken het daar echter verrassend genoeg heel goed te doen: er zijn 7 keer meer wolven dan in vergelijkbare natuurreservaten en eland, ree, hert en zwijn komen in natuurlijke populaties voor.

Voorzitter, natuurlijk chargeerde ik in mijn opening, want schijn bedriegt: vogels hebben bijvoorbeeld kleinere hersenen en bomen groeien langzamer. Kortom, uiteraard is een kernramp niet goed voor de natuur, het gebied is nog steeds giftig. En toch stellen de onderzoekers van gerenomeerde Amerikaanse en Britse universiteiten dat de schade die de giftige straling veroorzaakt, minder ernstig is dan de schade aan de natuur die bewoning, intensieve landbouw en de jacht heeft veroorzaakt. Voorzitter, dat is er één om even bij stil te staan. En hij past ook bij wat ik eerder zei tijdens mijn bijdrage bij de Voorjaarsnota, dat volgens biologen van de Stanford universiteit in Amerika de mensheid aan het begin van het massaal uitsterven van diersoorten staat. Volgens hun berekeningen zal 16 tot 33% van de diersoorten voorgoed verdwijnen. In vergelijking met eerdere momenten van massale extinctie is dit keer de mens de veroorzaker. Dat geeft te denken voorzitter! Kennelijk zijn wij mensen zo doorgeslagen in ons eigen belang voorop stellen, het menscentraal denken, dat we niet in de gaten hebben, dat door ons handelen de natuur om ons heen wordt verwoest. De contradictie is juist dat door onszelf niet altijd op de eerste plaats te zetten, maar door een dienend rentmeester te zijn, zoals Franciscus propageerde, we op de lange termijn juist ook beter voor onszelf zorgen. Voorzitter, geld kun je niet opeten, althans, er zit niet al teveel voedingswaarde in, en geld kun je ook niet inademen. Natuur heeft een intrinsieke waarde die van levensbelang is.

Voorzitter, het tij is nog te keren. Zo kwam ik twee weken geleden een hoopgevend bericht tegen. De natuur in Nederland heeft zich vanaf 1990 licht hersteld. Die conclusie trekt het Wereld Natuur Fonds in het eerste Living Planet Report voor Nederland. Het rapport is gebaseerd op de Living Planet Index, waarin van meer dan 400 diersoorten de populatieontwikkeling is berekend op basis van tellingen tussen 1990 en 2013. Uit die gegevens blijkt dat de populaties van diersoorten sinds 1990 gemiddeld met ongeveer 15 procent zijn gegroeid. En voorzitter, de groei in dierpopulaties komt bijna volledig voor rekening van diersoorten die leven in zoet water en moerassen (+ 40%) en in de open Noordzee. Bijna alle vissoorten groeiden in aantal of waren stabiel, bijna alle libellensoorten doen het beter en ook vogelsoorten die in en rond water leven stegen in aantal. Belangrijkste oorzaak: de verbeterde waterkwaliteit. En dat voorzitter, zie ik als een compliment aan de waterschappen. En dus ook aan dit waterschap.

Er is echter nog een lange weg te gaan, In het agrarische landschap was de krimp van dierpopulaties 40 procent en ook in natuurgebieden namen de dierpopulaties af (30 procent). De opvallende achteruitgang in natuurgebieden wijten de makers van het rapport vooral aan stikstofdepositie van de landbouw, aan verdroging en versnippering.

Voorzitter, maar met goede bestuurlijke wil, door samenwerking, kunnen we het verschil maken. En dat is broodnodig! Want die 15% herstel compenseert slechts voor een klein deel wat er de vorige eeuw al verloren is gegaan.

Voorzitter, de lijn van aandacht voor de haarvaten van het watersysteem begroeten wij. De boerensloot vol met leven is een prachtig streven, maar er moet nog wel wat gebeuren! Je zou het niet geloven, maar als imker kun je je bijenkast tegenwoordig beter in de stad zetten dan op het platteland. De biodiversiteit voor bijen is namelijk op dit moment groter in de stad dan op het platteland. Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer zou bijvoorbeeld ook eens echt van de grond moeten komen. Daarom, prima de aandacht voor de haarvaten, wat zich vermoedelijk veelal in landelijk gebied zal afspelen, maar laten we vooral ook de stad niet vergeten. Bij de begrotingsbehandeling zullen wij daarom hierop terugkomen. Als laatste voorzitter, wil ik ter overdenking een gedicht meegeven:

In dierenogen valt hetzelfde licht
als in het oog van mensen.

Het levende schept adem uit één bron,
vangt vanaf de eerste kreet
tot aan de laatste huivering dezelfde zon.

Denkenden gaan met dieren
onder dezelfde hemel
dezelfde einder tegemoet,
door één verlangen voortgedreven:
leven

Ik dank u wel.