Algemene beschouwing Voor­jaarsnota 2013


10 juli 2013

Wat een brood mag kosten, dus hoeveel een brood waard is, dat weten de meeste mensen wel. Als je een burger vraagt hoeveel goede waterkwaliteit mag kosten, dan zal zeker niet iedereen daarop een antwoord weten. Sommige zaken kan je niet in geld uitdrukken, maar zijn wel, letterlijk, van levensbelang. Als waterschap zijn wij het aan de ingezetenen verplicht om ver vooruit te kijken en niet te kiezen voor maatregelen die op de lange termijn kwalijke gevolgen voor mensen en dieren hebben. Wij dienen hiervoor de kennis in huis te hebben, of als deze er onvoldoende is, een bijdrage te leveren om de kennis te ontwikkelen in de vorm van een experiment of onderzoek. Een experiment leidt niet altijd tot de gewenste resultaten en dit kan je zien als een risico. Wat ons betreft hoeven niet alle risico's vermeden te worden, zolang hierbij voor ogen gehouden wordt wat het gewenste einddoel is en welke bijdrage door het experiment geleverd kan worden aan het bereiken van dat doel. Een belangrijk doel kan wat ons betreft zijn het zuiveren van medicijnresten, microplastics en bacteriƫn zoals MRSA, of de terugwinning van grondstoffen bijvoorbeeld om bioplastic te fabriceren.

Het is een nobel streven om de belastingen niet te laten stijgen. De nullijn moet echter in onze ogen geen dogma worden waardoor HDSR onverantwoorde besluiten gaat nemen. De effluentkwaliteit bijvoorbeeld mag hier in onze ogen niet door verslechteren. Wij moeten juist streven naar verhoging van de effluentkwaliteit voor verbetering van de chemische en biologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Ook de KRW-doelen zijn en blijven belangrijk om te behalen en verdere bezuinigingen hierop vinden wij onverantwoord.

Bezuinigingen zijn wel mogelijk op de collectieve hoogwatervoorzieningen. Het onderzoek naar nut en noodzaak van hoogwatervoorzieningen heeft tot het nieuwe inzicht geleid dat op de langere termijn hoogwatervoorzieningen tot zeer hoge kosten zullen leiden en dat het afbouwen van de hoogwatervoorzieningen moeilijk te realiseren is. Vorig jaar heeft in de commissie SKK een uitgebreide discussie plaatsgevonden over het toepassen van een collectieve hoogwatervoorziening voor de lintbebouwing langs de Kamerikse Wetering in Oud Kamerik. De kosten hiervan zouden naar schatting 1,5 miljoen bedragen, maar hierbij is geen rekening gehouden met de kosten die op langere termijn zullen ontstaan. Het betreft slechts enkele panden die hiermee gevrijwaard worden van funderingsschade. Het is van belang om veel verder vooruit te kijken dan tot nu toe is gedaan. Dan zal blijken dat het duurzamer en op de langere termijn veel goedkoper is om aan de eigenaren een vergoeding te geven voor het aanpassen van de fundering of het toepassen van een individuele hoogwatervoorziening. In het najaar zal een besluit genomen moeten worden over deze collectieve hoogwatervoorziening. Wij hopen dat ook alle andere partijen dan voor ogen houden dat er bezuinigd moet worden en juist de hoogwatervoorzieningen een goede bezuinigingsmogelijkheid bieden.

Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota in de commissie hebben wij ervoor gepleit om de mogelijkheden van het principe van "de vervuiler betaalt" verder te onderzoeken. De voorzitter van de commissie heeft in de samenvatting de conclusie getrokken dat de hoogheemraad zich hiervoor hard wil maken. Dit onderwerp is eerder in een commissie aan de orde geweest en ook andere partijen hebben aangegeven het van belang te vinden dat dit principe toegepast gaat worden. Wij willen hierbij een concreet voorstel doen dat gezien kan worden als een eerste stap in deze richting. Hiertoe hebben wij een motie opgesteld met de volgende overwegingen:

  • Kennis genomen hebbende van de Voorjaarsnota 2013;
  • Constaterende, dat tot op heden kostenterugwinning en het "vervuiler betaalt principe" niet tot nauwelijks toegepast worden;
  • Overwegende, dat er een stimulerende, positieve werking uit kan gaan van beprijzing van vervuilende activiteiten;
  • Overwegende, dat de Europese Commissie bij de beoordeling van SGBP1 in 2012 aanbeveelt aan Nederland om het "vervuiler betaalt principe" toe te passen in het kader van de KRW-planvorming voor SGBP2;
  • Overwegende, dat biologische landbouw en veeteelt aanzienlijk minder nadelige gevolgen heeft voor de waterkwaliteit dan niet-biologische.

Het dictum van de motie luidt:

Verzoekt het college van dijkgraaf en hoogheemraden

om te onderzoeken hoe bijvoorbeeld in de nieuwe kostentoedelingsverordening in 2016 of op basis van het nieuwe GLB of door middel van kwijtschelding van belasting een onderscheid gemaakt kan worden tussen biologische en niet-biologische agrariƫrs op basis van het "vervuiler betaalt principe".

Wij vernemen graag van het DB of er bereidheid bestaat om dit verder aan te pakken.

Voorts zijn wij akkoord met de Voorjaarsnota op 1 punt na: wij zijn het niet eens met de bezuiniging op de stimuleringsregeling afkoppelen. Wij vinden dat eerst de evaluatie afgewacht moet worden alvorens hier verdere besluiten over te nemen.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer