Vragen ten aanzien van de beleidsnota muskus­ratten


29 januari 2013

VRAGEN in commissie BMZ van 29 januari 2013 m.b.t. BELEIDSNOTA MUSKUSRATTEN

Er zijn moties ingediend in waterschap Rijnland waarvan er 2 zijn overgenomen door het dagelijks bestuur, namelijk 1 die ervoor pleit om in de communicatie naar buiten toe niet een eenzijdig beeld te schetsen (door enkel de nadruk te leggen op schade en geen melding te maken van de noodzaak van preventie, onderzoek en minimalisering dierenleed) en 1 waarin gepleit wordt om in de nota de tekst op te nemen dat een onderdeel van de veldproef zal zijn de populatiedynamiek in gevallen van wel en niet bestrijden. Deze moties zijn niet onder de aandacht van commissie BMZ gebracht. Zullen deze alsnog naar de commissie gestuurd worden, zodat deze meegenomen kunnen worden in de besluitvorming?

Op dit moment wordt nog gewerkt met de prestatie-indicator "aantallen vangsten per kilometer". Deze indicator geeft geen inzicht in het hoofddoel van de muskusrattenbeheersing, namelijk veiligheid. In de beleidsnota wordt een termijn van 3 jaar genoemd waarbinnen het mogelijk zal zijn om schade te gaan registreren middels het mobiele GPS systeem. Dan zal het ook mogelijk zijn om een verband te leggen met veiligheid. Drie jaar is een tamelijk lange periode. Is het mogelijk om aan te geven in welk jaar precies duidelijk meetbare doelen gesteld kunnen gaan worden? Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan een jaarlijkse procentuele afname van het aantal kilometers risicolocaties of een jaarlijkse procentuele afname van de hoeveelheid schade.

Tijdens de muskusrattenconferentie kreeg ik niet de indruk dat andere waterschappen vooraan in de rij staan om preventieve maatregelen te gaan toepassen. Bestaat er weerstand bij onze partnerwaterschappen tegen toepassing van de preventieve maatregelen? In het rapport genaamd "Muskusratten; vangen en voorkomen" van HDSR wordt geadviseerd om de krachten te bundelen zodat niet elke organisatie het spreekwoordelijke wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Is het dagelijks bestuur bereid om in plaats van advisering in te zetten op intensieve samenwerking op dit terrein door middel van een gezamenlijk plan van aanpak? In het plan kan het volgende opgenomen worden:

alternatieve maatregelen;
beslisboom;
monitoringsprogramma;
kostenaspect.

De oorspronkelijke onderzoeksvragen van het onderzoeksrapport van HDSR m.b.t. preventieve maatregelen (genaamd "Muskusratten; vangen en voorkomen") waren:

Welke eerdere onderzoeken zijn er en welke ervaringen zijn er met getroffen maatregelen?
Waar zijn de risicovolle locaties in het beheergebied van de Stichtse Rijnlanden en Waterschap Vallei en Eem?
Welke maatregelen zijn tegen redelijke kosten toe te passen?
Wat zijn de gevolgen van te nemen maatregelen?
Op welke wijze is het effect van de te nemen maatregelen te monitoren?
6. welke projecten kunnen op korte of lange termijn worden gerealiseerd?
7. welke conclusies zijn te trekken en welke aanbevelingen zijn te geven?

Alleen onderzoeksvraag 1 is behandeld. Wij vinden het van belang dat ook de overige onderzoeksvragen behandeld worden. Wat is het dagelijks bestuur voornemens op dit terrein? Wordt er vervolg gegeven aan het onderzoek?

Wij stellen ook voor dat onderzoek wordt ondernomen om te toetsen welk type oevers en maatregelen aantrekkelijk en onaantrekkelijk voor muskusratten zijn. Bij de ruimtelijke inrichting van de regio kan hier vervolgens rekening mee gehouden worden. De waterschappen kunnen dan andere besluitvormende lichamen voorlichten op dit gebied. Is het dagelijks bestuur bereid om hier onderzoek naar te verrichten?

Op pg. 10 van de nota staat dat de populatie in de veenweidegebieden in de Lopiker- en Krimpenerwaard moeilijk te bedwingen is vanwege de geografische gebiedskenmerken en dat dit soort gebieden altijd veel aandacht en inzet blijven vragen. Als er inderdaad permanent hoge ureninzet voor bestrijding nodig is, zullen preventieve maatregelen naar verwachting met name hier kosteneffectief zijn. Daarom stellen wij voor om juist in deze gebieden preventieve maatregelen toe te passen. Is het dagelijks bestuur bereid om te onderzoeken waar zich risicovolle locaties in dit gebied bevinden, m.a.w. waar zich overstromingsrisico's kunnen voordoen als gevolg van graverij, zodat vervolgens preventieve maatregelen overwogen kunnen worden?

Wij vragen ons af of groenblauwe diensten ingezet kunnen worden om ervoor te zorgen dat muskusratbestrijding in landbouwgebieden niet meer nodig is (bijvoorbeeld door inrichting natuurvriendelijke oevers). Hoe kijkt het DB hier tegenaan?

Op pg. 12 staat dat een verdere afbouw van vangkooien vooralsnog niet reƫel is. Aangezien de vallen vooral tijdens de trek geplaatst worden, worden er met name jonge mannetjesmuskusratten gevangen die een nieuw territorium zoeken. Muskusratten zijn niet monogaam en daardoor heeft het wegvangen van mannetjes naar verwachting niet tot nauwelijks invloed op de voortplanting van muskusratten en dus ook de grootte van de populatie. Mijn vraag aan het dagelijks bestuur is of er bereidheid bestaat om te onderzoeken welk percentage van de gevangen muskusratten in de vangkooien mannelijk is.

Op basis van een gedragscode voor de Flora- en Fauna wet zijn muskus- en beverratklemmen niet toegestaan in (stroom-)gebieden waar de otter voorkomt. Heeft HDSR hier reeds beleid op ontwikkeld?

Reeds in 2005 heeft Alterra in het onderzoeksrapport "Muskusrattenbestrijding in Nederland: een quick scan naar nut, noodzaak en alternatieven" gepleit voor het doen van onderzoek naar populatiedynamica door in een gebied niet te bestrijden. In de voorgenomen veldproef zal enkel worden gevarieerd in de intensiteit van bestrijding. Hierdoor zal nog steeds onduidelijk zijn op welk niveau de populatie van muskusratten zich zal stabiliseren bij niet-bestrijding en of niet-bestrijding leidt tot meer risico's. Waarom heeft het DB besloten om niet een gebied beschikbaar te stellen? En waarom is dit niet besproken in de commissie BMZ? Is er alsnog een mogelijkheid om een gebied beschikbaar te stellen voor een onderzoek aangaande niet-bestrijden? Er zou toch althans een natuurgebied aangewezen kunnen worden waar een onderzoek naar niet-bestrijding gedaan kan worden?

1 van de varianten die in de veldproef onderzocht worden is objectbestrijding. Er schijnen te weinig geschikte gebieden aangeboden te zijn door de waterschappen voor onderzoek van deze variant. HDSR heeft hiervoor geen gebied beschikbaar gesteld tot nu toe. Is het DB bereid om op zoek te gaan naar een gebied binnen het werkterrein van HDSR dat geschikt zou kunnen zijn voor objectbestrijding? Kan bijvoorbeeld rayon 3 hiervoor ingezet worden?

Wij pleiten ervoor om onderzoek te doen naar de invloed van winterse temperaturen op de populatiegrootte van de muskusratten. Is het DB bereid om hier onderzoek naar te laten doen of een voorstel voor in te dienen?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer