Algemene Beschouwing Partij voor de Dieren


23 november 2010

Voorzitter, ik wil mijn beschouwing beginnen met het tonen van een krantenkop…De kop luidt: ”Ik vraag me af wat er straks nog over is van de wereld.” Van wie deze woorden afkomstig zijn, laat ik nog even in het midden, maar ik kan vast verklappen dat ze van een andere partij zijn dan van de Partij voor de Dieren.

Voorzitter, ik ben in dit gremium al vaker begonnen over behoud van de Schepping en ook vandaag is dat de rode lijn in mijn verhaal. In tegenstelling tot geluiden uit de regering, ben ik van mening dat dit van het hoogste belang is. Gelukkig deelt dit college over het algemeen deze mening. De intenties van dit waterschap zijn goed, er wordt een hoop waardevol werk verricht om ons beheergebied leefbaar te houden voor mens, dier en plant. Zo hebben we onlangs de intentieverklaring Op Kop ondertekend, waarmee we willen aangeven een klimaatneutrale organisatie te zijn. Zo zijn we ook recentelijk toegetreden tot de Coalitie Biodiversiteit, waarmee we de instandhouding van plant- en diersoorten willen ondersteunen. Voorzitter, dat zijn prima initiatieven! Kan het echter nog natuurvriendelijker? Kan het diervriendelijker? Ja, dat kan, er is nog genoeg te doen. Maar de Partij voor de Dieren ziet ook in dat we de komende jaren voor een grote financiële opgave staan, waarin we de ruimte moeten vinden om miljoenen aan Rijksbezuinigingen op te vangen. Voorzitter, ook wij zien dat dat een grote, niet te onderschatten taakstelling is voor dit waterschap. Toch wil ik een pleidooi houden om aan een duurzame toekomst te blijven werken.

Laat mij even terug gaan naar het artikel dat ik u net liet zien. Het is een interview met een politica die we tijdens ons werkbezoek in Brussel hebben mogen ontmoeten, namelijk Esther de Lange van het CDA. Zij maakt zich in het artikel grote zorgen over het dreigende uitsterven van vele diersoorten. De aanleiding voor het artikel was dat zij als EU-rapporteur een rapport Biodiversiteit heeft geschreven. Voorzitter, ik wil enkele citaten uit dit artikel aanhalen. “Als generatie van nu moeten wij niet willen dat de generaties na ons een veel armere aarde erven. Het is onze morele plicht die zo ongeschonden mogelijk te geven.”… “Het gaat niet alleen om de diersoorten. Al deze ontwikkelingen raken ook de mens. Zonder al die kleine beestjes in de grond, hebben wij minder oogsten.”

Voorzitter, gezonde ecosystemen zorgen voor voedsel, brandstof, vruchtbare grond, zuivere lucht en water en bieden bescherming tegen overstromingen en extreme droogte. In haar rapport verwijst De Lange naar studies die de economische schade van het soortenverlies wereldwijd al sinds 2000 op ruim 50 miljard per jaar becijferen, oplopend tot een totale schadepost van 14biljoen euro in 2050.

Voorzitter, daarmee lijkt me het sentiment dat ook sommige fracties in dit gremium nog wel eens hebben, namelijk dat natuurbehoud alleen maar geld kost, ook wel van tafel. Vraagt u uzelf maar eens af wat de maatschappelijke kosten zullen zijn, als we überhaupt geen natuur meer hebben. Verder staan er nog wat interessante feiten in het artikel vermeld. Zoogdieren hebben 42% kans uit te sterven. Vogels 43%. Vlinders 45% en zoetwatervissen 52%.

Voorzitter, u zult u afvragen waarom ik als PvdD’er een CDA politicus aanhaal. De reden is simpel. Natuurlijk is wat mevr. De Lange zegt ook een verwoording van het standpunt van de Partij voor de Dieren. Sterker nog, het zijn zo ongeveer mijn woorden bij de afgelopen Voorjaarsnota. Met het refereren aan Esther de Lange, wil ik mijn pleidooi extra kracht bijzetten en een beroep doen op de coalitiepartijen, en dus ook het CDA, om vast te blijven houden aan de duurzame, natuurbeschermende en natuurstimulerende doelstellingen uit ons Waterbeheerplan. Laat u niet meesleuren in het kabinetssentiment dat natuur wel op een laag pitje gezet kan worden. Houd er ook rekening mee dat voor sommige fracties de zogenaamde motie Hiemstra slechts een eerste opmaat is om te gaan snijden in ecologische doelstellingen.

Voorzitter, de economische crisis, hoe vervelend deze ook is, zal ooit voorbij gaan. En ja, ook wij hebben onze verantwoordelijkheid hierin. Maar…de economische crisis mag niet afgewenteld worden op natuurbehoud. De economie komt er in de toekomst weer bovenop, maar bij biodiversiteit geldt: eens verdwenen, altijd verdwenen. Een eenmaal verdwenen plant- of diersoort blijft verdwenen.

Voorzitter, ik zeg het zelf maar alvast, anders zal er straks vast een lollig bedoelde opmerking volgen. Wie nu een grapje wil maken over het verdwijnen van muskusratten, die begrijpt het nog steeds niet…

Voorzitter, voor wie denkt dat het allemaal een ‘ver van ons bed show’ is, wil ik nog een voorbeeldje van dichtbij huis meegeven. De provincie Utrecht kende in het verleden 55 vlindersoorten. Daarvan zijn al 23 soorten verdwenen en waarschijnlijk zijn het er zelfs al 26. Dat is 47% van de Utrechtse vlindersoorten!

Voorzitter, daarom wil ik u als laatste nogmaals de volgende overweging meegeven:

Pas als de laatste boom is omgehakt

Pas nadat de laatste rivier is vergiftigd

Pas nadat de laatste vis is gevangen

Pas dan zul je erachter komen

Dat je van geld alleen niet kunt leven

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer